Oversluiten hypotheek en de gouden kooi

Met de dalende woningprijzen wordt het met de dag moeilijker de hypotheek over te sluiten. Een nieuwe geldverstrekker accepteert over het algemeen de nieuwe hypotheek alleen wanneer de waarde van de woning en de hoogte van de lening met elkaar in evenwicht zijn. Met het grote aantal woningen dat momenteel onder water staat, is dit maar de vraag of dat nog lukt. Men kan dus spreken van een gouden kooi constructie wanneer men niet kan oversluiten.

Het oversluiten van de hypotheek is aan het einde van de rentevast periode bij de hypothecaire geldlening een gebruikelijk fenomeen. Hypotheken bij andere geldverstrekkers zijn vaak goedkoper en interessanter, wat tegen het einde van de rentevast periode een markt creƫert voor het overstappen naar een andere geldverstrekker.

 

Er zijn echter een aantal tegenwerkende krachten. Momenten waarop het onmogelijk blijkt te zijn een hypothecaire geldlening over te sluiten. In de meeste gevallen heeft dit te maken met het betrekkelijk nieuwe fenomeen van het onder water staan van de woning. Hierbij is de hoogte van de lening hoger dan de waarde van het onderpand. Vanuit wetgeving kan niemand hier iets tegenin brengen. Financiering van woningen boven de 125% van de executiewaarde is verboden.

 

Een andere gouden kooi constructie die vrijwel niemand zich realiseert is de spaarhypotheek. Het is zeer ongunstig een spaarhypotheek over te sluiten. Dit heeft met name te maken met de hoge kosten die in de beginjaren van een nieuwe hypotheek worden berekend. Deze kosten zijn ook van toepassing op oversluithypotheken. Dit wil zeggen dat zelfs wanneer men drie maal een rentevast periode van 10 jaar overeenkomt, men nog steeds drie maal kosten in rekening wordt gebracht. Zonde. Duur. En onnodig.